In de wachtkamer

natuur1, Willem-Anne ©

Wanneer God je laat wachten
dan zijn er verschillende dingen die je kunt gaan doen.
Je gaat maar vast aan de slag.
Je onderneemt van alles, echter de inspiratie ontbreekt.
Het wordt broddelwerk.
Je komt niet op dreef; het juiste gevoel blijft weg.
Frustratie neemt hand over hand toe.

Je kunt ook een stapje terug nemen.
Je realiseert je:
Dingen waar ik m’n zinnen op heb gezet,
is dat voor mij echt zo belangrijk?
Stel nou voor, dat God wil,
dat ik voor langere tijd gewoon wacht
tot het moment aanbreekt dat al m’n verlangens in vervulling gaan.

Misschien, heel misschien,
bedoelt Hij dan wel van me dat ik schoorvoetend
geleidelijk aan akkoord ga met het idee
dat ik sommige van m’n prioriteiten op een zijspoor zet.
Door m’n eigen geest te activeren
stel ik me steeds meer bewust open voor Gods heilige Geest.
Met andere woorden:
Ik word wat minder drammerig
zodat mijn haan altijd koning moet kraaien.
Langzaam sta ik meer open voor het idee
dat God uitsluitend goede dingen voor me bedoeld heeft.
In de plaats om de begeerde objecten binnen te halen
groeit het vertrouwen dat in dat bewuste wachten
ook zijn aanwezigheid in m’n zieleleven steeds meer manifest wordt.
Wachten verandert in tweezaamheid
in die zin dat ik me bewust wordt dat ik verkeer
in de schaduw van de Almachtige.

Van binnen uit geef ik het op
dat ik zelf de volgorde van m’n prioriteiten lijstje wil bepalen.
Ik merk in m’n hart dat de gave van geloof zich naar voren dringt
en ongemerkt ontvouwen zich vernieuwende perspectieven aan mijn geest.
Dat dwingende, dat drammerige verliest z’n vat op mij
en ik krijg oog voor het liefelijke van de Koning
aan wie ik mij onderworpen heb.
Ik ga echt de dingen in een ander perspectief zien.
Er is geen angst meer dat ik de boot ga missen.

In het verleden heb ik te vaak m’n neus gestoten
en ik wil geen nieuwe risico’s aan gaan.
Wat een voorrecht dat ik een koningszoon,
een koningsdochter ben
en dat de Heer m’n herder is die me zachtkens leidt.
Hij voert me aan rustige wateren waar het goed toeven is.
Het is net als bij een beeld dat een kunstenaar aan het boetseren is.
Z’n ziel wordt vervuld van inspiratie omdat hij zich de moeite
heeft getroost om te wachten op het juiste moment.

Wim, Willem-Anne ©

Wachten, wachtten en verwachten

Gisterenmorgen bracht ik een bezoekje aan een oude predikant van over de negentig. Het was omstreeks half elf en half slapend zat hij in z’n kamerjas achter de tafel. Zonder dat hij zich van mijn aanwezigheid bewust was, hoorde ik hem zeggen: “Ik blijf bij het geloof”.
M’n oren spitsten zich. En een minuut later vervolgde hij met:
“Hij verwacht me”.
Ik was ontroerd tot in het diepst van m’n ziel.
Een “zuster” kwam binnen lopen. Hij moest nog aangekleed worden.
Ik beloofde hem dat ik gauw weer terug zou komen en hij groette me met:
“Dag broeder”.

Wachten met één “t” is tegenwoordige tijd.
Wachtten met twee t’s, dan heb je het over de verleden tijd.
Bij het werkwoord verwachten, spreek je over de toekomende tijd.
Vanmorgen rond zes uur zat ik wel een uur lang te mijmeren over deze werkwoorden.
Een oud versje viel me nog in. De woorden luiden “ongeveer”:

Laat mij slapend op U wachten,
o, dan slaap ik zo gerust.
Geef mij heilige gedachten
en wees in de slaap mijn lust.
’t Lichaam slaapt, maar ’t harte waakt
daar het zich in U vermaakt.
Mag ik dicht bij Jezus wezen,
o, dan heb ik niets te vrezen.

Wachten is dus ook een werkwoord.
Je kunt passief op iets of iemand wachten en in veel gevallen verbruik je dan negatieve energie.
Het woord “wachten” kun je dus ook activeren. Je wordt alert omtrent de situaties en omstandigheden die dit wachten met zich mee brengt.
De adventstijd is een periode van vier weken “verwachten”.
Wij verwachten de komst van Jezus.
Daarom was ik zo blij met die zucht van die oude predikant:
“Hij verwacht me”.
Verwachten wordt dragelijk wanneer Hij het onderwerp is. Het gaat uiteindelijk om Hem.
Dan wordt “ik” het lijdend voorwerp.
Echter, verwachten wordt ontdaan van z’n “lijden” wanneer deze energie zich richt op Hem.

Na lang wachten ben ik uiteindelijk aan het leren dat ik het gelukkigst ben om te leven voor één dag tegelijk.
Voor deze ene dag verwacht ik dat de Heer me bij zal staan en ik vraag Hem dan ook dat ik tot zegen zal zijn voor de mensen om me heen.
De zorgen van morgen zijn voor morgen. Morgen zal de Heer weer nieuwe kracht schenken.
Grappig, ’s nachts is vaak m’n tijd dat ik de meest vruchtbare plannetjes maak.
En vervolgens maar wachten, hoe het uit zal pakken.